Erfgoed van de Week | Flaneren tussen zeldzame iepen

Erfgoed van de Week | Flaneren tussen zeldzame iepen


De meest karakteristieke boom in het Amsterdamse stadsbeeld krijgt dit jaar weer extra aandacht tijdens de vijfde editie van het Springsnow Festival (21 april-21 mei). Met meer dan 75.000 iepen is Amsterdam de iepenhoofdstad van de wereld. Door de hele stad zijn wel 50 verschillende soorten te vinden. Aan de Sloterplas in Nieuw-West staat de zeldzame Bea Schwarz-iep.

Iepen langs Noordzijde, gezien vanuit de flats aan de Burgemeester Hogguerstraat; circa 1964.

Pionier
Bea Schwarz (1898-1969) was een Nederlandse botanicus en schimmeldeskundige. In 1921 ontdekte zij de oorzaak van de iepenziekte die deze bomen massaal liet afsterven. Het bleek een schimmel te zijn. In deze tijd waarin vrouwelijke wetenschappers nog nauwelijks serieus werden genomen, duurde het jaren voordat ze erkenning kreeg voor haar pionierswerk. Eén van de eerste resistente iepklonen werd naar haar vernoemd.

Stedelijk karakter
Bij de realisatie van het Sloterpark werd vanaf de jaren ’50 van deze Bea Schwarz-iep een dubbele rij aangeplant langs de noordelijke boulevard van de Sloterplas, de Noordoever. Maar de iepen zijn niet alleen bijzonder, door deze bomen wordt ook het stedelijk karakter van het ontwerp van de Noordoever benadrukt. De Noordoever zal in de toekomst waarschijnlijk als gemeentelijk beschermd stadsgezicht worden aangewezen.

Kaart van het iepenplan langs de Noordzijde van de Sloterplas.

Gebruiksgroen voor het volk
Als onderdeel van het Algemeen Uitbreidingsplan van Amsterdam (AUP) uit 1934 werd vanaf 1942 de Sloterdijkermeerpolder afgegraven en omgevormd tot een groot recreatiegebied: het Sloterpark. Het park werd ontworpen door Cornelis van Eesteren en Jacoba Mulder, beide ontwerpers bij de Dienst der Publieke Werken, als multifunctioneel recreatiegebied. Binnen het AUP kreeg het gebied de functie van het groene hart voor de Westelijke Tuinsteden. Ontspannen op een actieve manier, was één van de belangrijkste uitgangspunten voor het groengebruik in het plan. In het ontwerp werden daarom onder andere een strandbad, speelweides, jachthavens en een boulevard opgenomen.

Een boulevard om te flaneren
Verwacht werd dat de meeste bezoekers het Sloterpark via de Noordoever zouden bereiken. Daarom kreeg deze in het ontwerp van 1952 een uitgesproken stedelijk karakter. Bij het westelijke en oostelijke deel van het park werd daarentegen de nadruk op het groen gelegd. Hans Warnau, tuin- en landschapsarchitect, was supervisor bij dit project en hoogstwaarschijnlijk had ook Wim Boer een inbreng, omdat hij meewerkte aan de uitvoering van tuinstad Slotermeer. Voor de Noordoever was de mogelijkheid bieden om te flaneren een belangrijk uitgangspunt. Bij het ontwerpen is uitgegaan van een strakke lijnvoering; er is veel verhard oppervlak en de beplanting, waaronder de dubbele rij Bea Schwarz-iepen, is op zodanige wijze gebruikt dat het stedelijke karakter wordt benadrukt.

Bea Schwarz-iepen langs de Noordzijde.

Erelint
In de loop der jaren zijn veel van de zeldzame Bea Schwarz-iepen vervangen door andere soorten. Stadsdeel Nieuw-West is tijdens de Boomfeestdag in maart gestart met het herplanten van de bijzondere iep met een karakteristieke warrige kroon. In 2018 zal het erelint aan de Noordoever in oude glorie hersteld zijn.

Van: www.amsterdam.nl

 
Sloterplas